Tijdens de Eerste Wereldoorlog ligt Poperinge een paar kilometer achter het krijgsrumoer van de Ieperse frontstreek. Het Britse leger palmt de kleine, rustige stad in om hier het kloppend hart van haar oorlogsmachine te herbergen. In geen tijd wordt Poperinge een bruisende grootstad; in 1917 verblijven in de omgeving ongeveer 250.000 manschappen...
Midden deze bonte metropool opent aalmoezenier Philip Clayton - bijgenaamd 'Tubby' ('Tonnetje') - op 11 december 1915 een soldatenhuis. De grote burgerwoning van de familie Coevoet wordt omgetoverd tot "Every Man's Club", waar alle soldaten welkom zijn, zonder onderscheid van rang.
Op voorstel van kolonel Reginald May, en ondanks het protest van hoofdlegeraalmoezenier Neville Talbot, wordt het huis "Talbot House" genoemd. Deze naam herdenkt Gilbert Talbot, Neville's jongere broer, die sneuvelde op 30 juli 1915. Gilbert werd het symbool van de opoffering van een "gouden generatie" jonge mannen.
Drie jaar lang vond Tommy in Talbot House of Toc H (de telegrafische codes voor de beginletters van Talbot House) een alternatief voor het liederlijke ontspanningsleven in de stad. Voor honderdduizenden groeide deze plek uit tot "a home from home", waar ze een beetje menselijkheid, rust en vrede vonden.